Ontvangst IVA automotive

Studiekeuzenederland bezoekt IVA Automotive & Nautisch Business Management

Daarnaast sprekers van TMO Fashion Busines School en TIO Utrecht, University of Applied Sciences.

Onder de indruk van mogelijkheden en opties.

E-BOOK ; Hoe help ik mijn puber een studie kiezen

Onlangs schreef ik een E-BOOK om ouders te ondersteunen in een studiekeuzegesprek met hun zoon en/of dochter. Het boek heet:  

“Hoe help ik mijn puber een studie kiezen……… als die er absoluut geen zin in heeft?”  

Lees meer

Aantekeningen bij studiekeuzechecklist “Aanval op Uitval”

Studentenorganisatie ISO en scholierenvakbond LAKS presenteerden deze zomer in samenwerking met de Tweede Kamerleden van de VVD, de PvdA en het CDA  tien ambities om de overgang van het voortgezet onderwijs naar het hoger onderwijs te verbeteren en uitval te voorkomen. Hierbij wat aantekeningen (schuin gearceerd) bij de studiekeuzechecklist “Aanval op Uitval”

Verbeterpunten voor het voortgezet onderwijs

Het is goed als de nadruk ligt op LOB in het voortgezet onderwijs. Daar is waar het thuishoort

  1. Alleen gekwalificeerde loopbaan-docenten voor de klas Docenten die scholieren helpen bij hun loopbaanoriëntatie (LOB) moeten daarvoor opgeleid zijn. Dat kan bijvoorbeeld met een korte cursus waarbij docenten leren hoe jongeren het beste keuzes kunnen maken. Hierdoor herkennen docenten beter de talenten en drijfveren van hun scholieren en kunnen zij hen beter adviseren over hun studiekeuze.
    Om alle mentoren op te leiden is erg kapitaalintensief. Voor veel mentoren zal bovendien gelden dat hun hart niet bij het LOB ligt. Hun taak is op dit moment al erg zwaar voor die uren die beschikbaar zijn per leerling. Is het dan niet beter de tijd voor de decaan uit te breiden of mensen in te schakelen die hier meer gespecialiseerd in zijn. Communicatie tussen mentor, decaan en vakdocent blijft natuurlijk noodzakelijk

  2. Landelijke eisen aan loopbaanbegeleiding Elke leerling verdient goede begeleiding bij zijn studiekeuze. Door dit in de eindexameneisen van het middelbaar onderwijs vast te leggen, moet elke school hieraan voldoen. Aan de andere kant verplicht het scholieren om zich goed voor te bereiden op hun studiekeuze. In het vmbo kunnen scholen de begeleiding zo vormgeven dat scholieren een snuffelstage volgen bij een lokale onderneming of zorginstelling ter voorbereiding op het mbo.Betrokkenheid ouders ook veilig stellen, bv half jaarlijkse rapportage of online inzicht.

  3. Elk vak legt verband met een vervolgopleiding en latere loopbaan Binnen elk eindexamenvak moet er niet alleen oog zijn voor de inhoud van het centraal eindexamen, maar ook voor wat de relevantie is voor een vervolgopleiding of de arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld door tijdens de geschiedenisles een schrijver uit te nodigen die geschiedenis heeft gestudeerd of tijdens de natuurkunde les een ingenieur uit te nodigen en te laten vertellen over het nut van hun studie.
    Voor MBO en HBO relevant voor Universitair is dit lastiger omdat richting en beroep dan vaak nog niet vaststaan.
  4. Middelbare scholen weten hoe hun alumni het doen Middelbare scholen moeten inzichtelijk maken hoe hun alumni het in het vervolgonderwijs doen. Feedback van hen zal leiden tot betere LOB waar nieuwe generaties van profiteren.
    Het vervolgonderwijs is al bezig de resultaten van alumni op universiteiten en hbo’s  in kaart te brengen.

  5. Decanen en mentoren kennen het vervolg onderwijs Decanen en mentoren moeten goed weten wat het vervolgonderwijs te bieden heeft en op welke wijze het vervolgonderwijs de studiekeuze van scholieren bevordert aan de hand van open dagen en de studiekeuzecheck. Instellingen in het vervolgonderwijs moeten deze informatie goed toegankelijk voor hen maken
    Wij zien hier dus meer een taak voor decanen omdat het een grote tijdsinvestering vergt om op de hoogte te blijven. Verder helemaal mee eens, waarbij een hartenkreet:
    – Totaal overzicht van alle selectiestudies, dus fixus studies en overige selectiestudies (bv academische pabo, UCU’s, PPLE, bestuurs en organisatiewetenschappen, business admininistration, kunstacademies, conservatoria, hotelscholen etc.)
    – Overzicht van deadlines voor de inschrijvingen. (Er zijn veel verschillende data buiten 15 januari en 1 mei, ook voor het MBO)

Verbeterpunten voor het hoger onderwijs

  1. Studiekeuzeactiviteiten voldoen aan een landelijke norm In overleg met het vervolgonderwijs, moet er een landelijk kader voor de opzet van studiekeuzechecks worden ontwikkeld. Bij een studiekeuzecheck moet een aankomende student in ieder geval het volgende kunnen verwachten:
    – De student maakt op een realistische manier kennis met de inhoud en de opzet van een opleiding.
    – De student kan vrijuit spreken met studenten en docenten van de opleiding.
    – De student krijgt eerlijke informatie over het toekomstperspectief van de opleiding.
    De studiekeuzecheck wordt soms gepresenteerd alsof het om een selectie gaat in plaats van om een kennismaking. Het moet duidelijk zijn of je op grond van de studiekeuzecheckresultaten Wel of niet wordt toegelaten tot de opleiding.
  1. Uit de studiekeuzecheck volgt een persoonlijk advies De studiekeuzecheck moet resulteren in een persoonlijk advies met een persoonlijke motivatie. Ook moet de aankomende student de mogelijkheid krijgen om kritische vragen aan de opleiding te stellen. De studiekeuzecheck is tweerichtingsverkeer: niet alleen de opleiding checkt de student, maar de student checkt ook zijn toekomstige opleiding.
    Als de studiekeuzecheck bestaat uit een test of een examen dan moeten het resultaat in een persoonlijk gesprek worden doorgenomen.
  1. Oprichting van een expertisecentrum gespecialiseerd in studiekeuzeactiviteiten Er moet een expertisecentrum komen waar onderwijsinstellingen terecht kunnen voor advies om hun studiekeuzetraject te verbeteren. Het expertisecentrum verzamelt good practices en is dé expert omtrent studiekeuze: van de juiste voorlichting op de middelbare school tot het vormgeven van de studiekeuzecheck op de hogeschool of universiteit.
  1. Elke opleiding een zichtbare en correcte studiebijsluiter De studiebijsluiter, met daarin o.a. informatie over het arbeidsmarktperspectief, krijgt een niet te missen plek in de informatievoorziening voor studiekiezers en moet dus duidelijk en prominent op websites zichtbaar worden.
  2. Continue doorontwikkeling studiekeuzecheck Het hoger onderwijs moet worden aangezet tot continue verbetering van de studiekeuzeactiviteiten. Dit is mogelijk doordat we meer leren op basis van ervaringen en nieuwe wetenschappelijke inzichten. Op die manier worden de adviezen aan studenten steeds beter en persoonlijker.
    De studiekeuzecheck moet natuurlijk wel opleiding specifiek zijn, anders hoort het toch echt thuis in het voortgezet onderwijs.

Christien Pino
“Ik kies een studie die mij past” Bureau voor studiekeuze.

Onderwijsbeurs Noordoost 9&10 november 2016

Honderden opleidingen onder één dak!

IJsselhallen Zwolle op 9 & 10 november 2016

 

Deelnemerslijst

Ook nu weer kan je je inschrijven voor een een persoonlijk gesprek met een professionele studiekeuzeadviseur. In 15 minuten gaat deze met jou in gesprek over jouw persoonlijke eigenschappen en kwaliteiten. Samen ga je op zoek naar een aantal sectoren of opleidingen die bij jou passen. De persoonlijke coaches luisteren echt naar je en weten je goed te adviseren.

Van Studiekeuze Nederland zijn aanwezig:

  • Samantha Bakker van “Samcoaching”
  • Christien Pino van “Ik kies een studie die mij past””

Hoge uitval? De oplossing ligt in het voortgezet onderwijs.

Misschien een beetje te wetenschappelijk voor een blog maar toch, belangrijk!

Hoge uitval van studenten in het hoger onderwijs: de oplossing in het voortgezet onderwijs.

Met de datum van 1 mei, de datum waarop studenten zich moeten hebben ingeschreven voor een studie aan het hbo en wo, was de hoge uitval weer hot in het nieuws. Overal hoorde en las je de discussies over de oplossing van dit dure probleem: zes miljard op jaarbasis (ROA), waarbij is meegerekend het feit dat de afgestudeerden later hun loopbaan starten. Niet meegerekend zijn de sociale aspecten: weer thuis op de bank na een leuke introductietijd en zelfstandig op kamers; en vervolgens onzeker over een nieuwe keuze en zodoende terugvallen in het oude (keuze)stramien.

Als eenderde van de studenten op het hbo en een vierde op de universiteit binnen of na het eerste jaar zijn studie aan de wilgen hangt, doen wij iets niet goed met het maken van een studiekeuze.

In een artikel in Trouw van 4 mei wordt gesteld dat het hoger onderwijs te kort schiet in het begeleiden van aankomende studenten bij het kiezen van een studie.

Op 29 juni kwam een plan ter tafel, “Aanval op uitval”, dat in samenspraak met het CDA, PvdA, VVD, het ISO (Interstedelijk Studenten Overleg), het LAKS (Landelijk Aktie Komitee Studenten) en decanenverenigingen is opgesteld. Op 5 juli werd dit plan gepubliceerd in o.a. de NRC. Kern is aanscherping van de verplichte studiekeuzecheck op het hoger onderwijs, het opleiden van docenten die decaan zijn op het voortgezet onderwijs en betere en eerlijker voorlichting door het voortgezet onderwijs en door het hoger onderwijs. Het ISO wil dat iedere student een persoonlijk advies krijgt bij de studiekeuzecheck.

Het standpunt van de Kamerleden om meer nadruk te leggen op de studiekeuze in het hoger onderwijs, is verrassend. Het is feitelijk te laat in het studiekeuzeproces.
Naar onze mening is het niet de taak van het hoger onderwijs: zij leiden op en vormen de jongeren. Studiekeuze is verbonden aan het voortgezet onderwijs en daar hoort het ook thuis. Begeleiding naar een passende studiekeuze op grond van wat de leerling zichtbaar heeft gemaakt met zijn profielkeuze, met zijn cijfers en persoonlijke ontwikkeling, dient op het voortgezet onderwijs te starten en daar ook te eindigen. De decanen kwijten zich van deze taak. Dat zij moeten worden opgeleid, is prima en het maakt dat hun taak serieuzer wordt genomen.

Wel heeft het hoger onderwijs de verantwoordelijkheid voor een nieuwe studiekeuze bij een negatief advies na een studiekeuzecheck: “beter om niet te starten”. In het beste geval heeft de instelling in de zomer mankracht en tijd voor gesprekken met de studenten die het negatieve advies ter harte nemen en op zoek zijn naar een andere studie. Zij hebben daarbij begeleiding nodig. Een gesprek en begeleiding vinden echter lang niet altijd plaats. De instellingen hebben daar elk hun eigen beleid en mogelijkheden voor.
StudieKeuze Nederland is het in dezen hartstochtelijk eens met het ISO, dat iedere student een persoonlijk advies krijgt bij de studiekeuzecheck.

Het fenomeen echter, dat nu een aantal hogescholen en universiteiten studiekeuze gaat aanbieden, is het ontkennen van de problematiek in het voortgezet onderwijs en heeft als gevolg dat het hoger onderwijs geld gaat vrijmaken dat elders moet worden uitgegeven, n.l. op het voortgezet onderwijs. Het aanbod van universiteiten en hogescholen, hoe goed bedoeld en voortkomend uit zorg voor de kwaliteit die zij willen binnenhalen, is toch niet objectief: zij hebben er studenten mee te winnen. Dat verengt het vizier van de aankomende student.

Wie zijn wij, wat doen wij

StudieKeuze Nederland is een vereniging van onafhankelijke studiekeuzecoaches en is opgericht in 2012.  Doelstelling van de vereniging is bij te dragen aan een deskundige begeleiding van jongeren bij het maken van een passende studiekeuze.

De studiekeuzecoaches werken vanuit hun eigen praktijk waarin zij de aankomende student door het landschap van studies coachen en op zoek zijn naar de motieven, interesses, ambities en verlangens van de aankomende student. Op basis van deze aspecten leggen de coaches in een aantal gesprekken links tussen persoonlijkheid en studiekeuze.

Er wordt als het ware een bodem gelegd onder de studiekeuze.

Wat constateren wij

  1. Iedere school van het voortgezet onderwijs bepaalt zelf hoe het geld van het Ministerie (de lumpsum) besteed wordt. Er gaat onvoldoende geld naar studiekeuzebegeleiding.
  2. Door onze contacten met verschillende scholen in het VO zien wij dat het de meeste decanen aan tijd ontbreekt om een gedegen studiekeuzetraject met de leerlingen te doorlopen. Gemiddeld 30 minuten per leerling per jaar is te weinig tijd om ook stil te staan bij bijvoorbeeld de persoonlijkheid van de leerling, die toch een groot deel van de passende keuze bepaalt.
    Dit is geen nieuw fenomeen. Maar de druk en de noodzaak van een goed begeleide studiekeuze zijn, gezien de hoge uitval, anders geworden (zie ook onder: Tot slot).
    Gegeven het feit, dat decanen zich naast de (niet verplichte) loopbaanoriëntatiebegeleiding (LOB) ook bezighouden met het schrijven van aanbevelingsbrieven, het informeren van de ouders op ouderavonden en het organiseren van studiemarkten op school, lijkt het schier onmogelijk om al deze werkzaamheden rondom studiekeuze te persen in één dag in de week. Het kan niet anders dan dat dit ten koste gaat van het LOB en tijd voor individuele begeleiding. Voor de decaan is dat teleurstellend. Het doet geen recht aan de functie die hij voor de school met passie zou willen uitvoeren.
  3. Voor decanen zoals natuurlijk ook voor de studiekeuzecoaches, is het een hele klus bij te houden welke studies er allemaal zijn: er komen erbij, er vallen af, andere veranderen van naam, weer andere worden samengevoegd met bestaande studies: wanneer moeten zij zich daarin verdiepen?
  4. De studiekeuzecheck, ingevoerd per 1 mei 2014, verschilt per instelling: iedere faculteit op zijn eigen manier en op zijn eigen tijd. De leerling heeft geen idee in welke vorm de studiekeuzecheck gaat plaatsvinden, de decaan evenmin. Is dat erg? Best wel, want hier wordt een kans gemist om de ware motivatie en de verwachtingen onder woorden te brengen en de capaciteiten van de jongere nog eens goed onder de loep te nemen en aldus zo helder mogelijk te krijgen. Dat zijn de vragen waar de instelling een antwoord op wil horen en daar moeten de jongeren zich op het voortgezet onderwijs op voorbereiden.
  5. De mentor krijgt in het LOB een meer dan verkennende functie en wordt geacht met zijn leerling over studiekeuze te praten zonder dat hij goed op de hoogte is van studies en instellingen. Veel mentoren ervaren dit als een verzwaring van hun taak, hoe interessant en belangrijk zij studiekeuze ook vinden. Dit beleid heeft een doel: door het zwaartepunt bij de mentor te leggen wordt de functie van de decaan uitgekleed: hij wordt verantwoordelijk voor het aandragen van brochures en het organiseren van het opendagenbezoek en beroepen -en studiemarkten Dat kan met een heel andere/lagere bezoldiging.

Verbeteringen of oplossingen: anders besteden van het geld en anders organiseren

  1. Om met de beste oplossing te starten: elke school ontvangt geoormerkt geld van het Ministerie voor het decanaat en stelt een full time decaan aan: tijd en echte aandacht voor studiekeuze leidt tot een onderbouwde keuze, zal de uitval verlagen alsook de kosten van de uitval. Het persoonlijk advies geven aan de leerling hoort hierbij. De school kan hiermee scoren bij ouders.
  2. Het geld voor meer decaanuren zou kunnen komen van de instellingen in het hoger onderwijs die een deel van de promotiegelden en/of de voorgenomen gelden voor studiekeuze in het hoger onderwijs teruggeven aan het Ministerie dat het als geoormerkt geld vervolgens doorsluist naar het voortgezet onderwijs.
  3. Indien een full-time decaan niet tot de mogelijkheden behoort, kan in het door het
    Ministerie geoormerkte geld voor het decanaat een post gereserveerd worden voor
    het betrekken van een professionele studiekeuzecoach bij het decanenwerk.
    Ondersteunend, niet concurrerend. Meer geld voor begeleiding die leidt tot tijd nemen voor een gemotiveerde keuze, levert ook een goed voorbereide studiekeuzecheck op: dit is de kop op het keuzetraject. De leerling weet echt waaraan hij begint. Een prettig en vertrouwenwekkend gevoel.

 Wat staat StudieKeuze Nederland voor
StudieKeuze Nederland wil dat iedere leerling met een gedegen studiekeuzeadvies de school verlaat: de decaan kan dit bewerkstelligen en/of de decaan laat zich in dit proces terzijde staan door een studiekeuzecoach. Een aantal leden van de vereniging heeft op deze wijze een nuttige, prettige en bescheiden samenwerking met scholen. Op de scholen waar deze samenwerking tot stand is gekomen, krijgen de leerlingen (hun ouders!) aan de hand van een persoonlijkheidstest en een studie-interessetest ten minste een of enkele passende studierichtingen geadviseerd (bijvoorbeeld Economie, Techniek, Talen), soms zelfs al een concrete studie.
De coach “sorteert de leerlingen voor” ten behoeve van de decaan.

Met alle respect voor het LOB: het zit goed in elkaar, start met het keuzeproces al in een vroeg stadium, maar is vrijblijvend en erg tijdrovend, horen wij.

Allerlei maatregelen zoals voorgesteld in een tienpuntenplan in het artikel van 5 juli en nieuw beleid (LOB) zijn feitelijk omtrekkende bewegingen die niet de kern van het probleem van te hoge uitval raken: te weinig tijd/geld voor het decanaat. Dus moeten anderen (de mentoren) het doen. Als alle gelden voor het nieuw beleid besteed waren aan een fulltime decanaat per school (zoals enkele scholen in Nederland dat zo hebben geregeld), dan zou er geld resteren!

Leid de decaan die passie heeft voor studiekeuze, goed op en laat hem het werk doen en dit in samenwerking met de mentoren die de leerlingen, hun persoonlijkheid en hun capaciteiten dagelijks zien; aan dit duo wordt de vakleerkracht toegevoegd: hij weet wat de beroepsmogelijkheden zijn voor zijn leerling en dat kan gerichte en gemotiveerde acties bij de leerling opleveren. De mentor en de vakleerkracht zitten het dichtst op hun pupillen en kunnen meer laten meewegen dan alleen cijfers en gedrag. De decaan heeft weet van alle studies en voert de keuzegesprekken. Het ideale trio.

Het hoger onderwijs plukt er de vruchten van: gemotiveerde studenten, minder uitval dus minder verlies aan kosten, een goede naam vanwege lage studie-uitval en vooral: kunnen doen waar zij goed in zijn, opleiden en vormen.

De hele kwestie van studiekeuzebegeleiding gaat om geld. Het is er, nu het doen toekomen op de plaats waar het hoort en waar de structuur, die van het decanaat, al decennialang bestaat.

Tot slot:

  • StudieKeuze Nederland is van mening, dat het kiezen van een studie en de begeleiding daarbij een overheidstaak is; daar hoort geld bij.
  • Studiekeuze moet een volwaardig onderdeel zijn van het schoolbeleid: de rector/bestuurder bespreekt met de decaan jaarlijks een beleids- en uitvoeringsplan en voelt zich verantwoordelijk voor het resultaat;
  • De structuur van decaan/mentor/vakdocent ligt er: verstevig die, maak die officieel, maak per jaar afspraken;
  • De tijd komt eraan, dat scholen worden afgerekend op hun resultaten: de instellingen in het hoger onderwijs kijken steeds meer naar de studiekeuzeresultaten van de individuele scholen. Komt het niet van onderop, dan wordt het wel opgelegd.
    Zie o.a. scholenopdekaart.nl.

De scholen hebben hier dus iets te winnen, n.l. een goede naam wat betreft het begeleiden van de studiekeuze. Alles goed met die naam, maar intussen wordt studiekeuze recht gedaan en daar gaat het om.

 

Thecla Molijn

Studiekeuzeadviseur
FÍLATIM
hét bureau voor begeleiding bij profiel- en studiekeuze

Hoe kies ik een studie? – Interview Studiekeuzebegeleider Karin Terpstra

Een interview van Tom Dekker met Karin Terpstra. Karin is eigenaar van Bite Coaching en begeleidt jongeren naar een passende studie. Het interview gaat over studiekeuzebegeleiding en het proces naar een studiekeuze. Karin geeft ook tips & advies over hoe je een passende studie kan kiezen.

Link om het interview te beluisteren

 

De uitgeschreven tekst:

Tom: Kan je jezelf even kort voorstellen en iets vertellen over je achtergrond?

Karin: Ja, dat kan ik zeker! Mijn naam is Karin Terpstra. Ik ben sinds 7 jaar studiekeuzebegeleider en ik heb een eigen bureau daarvoor opgericht. Dat heb ik gedaan met een achtergrond die ik heb opgebouwd in Human Resource management. Daar heb ik heel veel kennis opgedaan over verschillende beroepen en functies en dat helpt erg in het kiezen van een toekomstbeeld. Studiekeuze en een beroepenbeeld past dan heel mooi bij elkaar. Over mijzelf, ik woon in Mijdrecht, ik ben getrouwd en heb twee dochters die op de middelbare school zitten. Dat komt nu ook in de buurt van studiekeuze inmiddels.

Tom: Jij begeleid jongeren naar een passende studie. Waarom hebben veel jongeren moeite met het maken van een studiekeuze?

Karin: Daar zijn verschillende redenen voor. De allerbelangrijkste reden is toch dat er een enorm groot aanbod is van studies is. Er is zoveel te kiezen. Dat het moeilijk gemaakt wordt en dat je eigenlijk niet meer gaat kijken wat er op de plank ligt maar dat je toch gaat kijken wie ben ik? En wat past bij mij? en op die manier het proces insteekt. Er zijn toch nog veel mensen die dat onvoldoende scherp hebben om te kiezen vanuit jezelf. En iedereen vindt het een heel belangrijk keuze moment. Als het een belangrijk keuzemoment is voor nu en voor de toekomst, je hoeft overigens niet meer voor 40 jaar een baan te kiezen, is het belangrijk om er als een proces naar te kijken en niet pas een half jaar van te voren te denken: “oja september ga ik studeren, wat zal ik eens doen?” Dat is onvoldoende goed doorgedrongen denk ik.

Tom: Hoe komt een passende studiekeuze tot stand?

Karin: Een passende studiekeuze komt tot stand door vooral te kijken naar wie je zelf bent. Vanuit de persoonlijkheid. De persoonlijkheid bestaat uit antwoorden op de vragen: “Wie ben ik? Wat kan ik? en wat vind ik leuk?” En bij dat wat kan ik? kun je nog zeggen: wat is nog ontwikkelbaar? En als die drie goed ingevuld zijn, die vragen over jezelf, dan heb je al een behoorlijke basis om te gaan kiezen. Dan weet je wie je bent, dan is je zelfbeeld compleet en van daauit kan je naar een juiste studiekeuze kijken. Dan vallen er dus heel veel zaken af. Er vallen ook een aantal zaken niet af en blijft de keuze nog steeds groot. Dan ga je je verder verdiepen in de studies. Dus het proces van eerst antwoord op die persoonlijkheidsvragen dan een aantal opties erbij pakken en je erg goed verdiepen en daarna de beslissende fase in en uiteindelijk kiezen.

Tom: Ik hoor van veel jongeren dat juist dat ontdekken wat je wilt behoorlijk ingewikkeld is. Als je geen idee hebt wie je bent en wat je wilt, hoe kan je daar dan achter komen?

Karin: Door naar mij te komen. Haha. Door in ieder geval een studiekeuzebegeleider in de arm te nemen, dat is altijd een goed idee. Maar als je dat nog niet wilt doen of eerst nog even zelf wilt zoeken dan kan je persoonlijkheids en studiekeuze testen doen. Er zijn verschillende persoonlijkheids- en studiekeuze testen die op internet verkrijgbaar zijn. Eerlijk gezegd vind ik ze niet allemaal even goed. Een enkele is wel goed. Maar als je vooral heel goed gaat nadenken over wie je nou eigenlijk bent en het gesprek aangaat. Dat is eigenlijk wel het belangrijkste. Dat je het gesprek aangaat met ouders en met vrienden en dat je je steeds af gaat vragen: “Wat vind ik daar nou eigenlijk van?” En wat het dan ook is, “wat vind ik van de vluchtelingen?, wat vind ik van het journaal?, wat vind ik van de hockey,? wat vind ik van de voetbal?” Op het moment dat je je eigen meningen gaat vormen en bewust daarmee omgaat, dan begint een persoonlijkheidsbeeld te ontstaan.

Tom: Is er met de komst van het leenstelsel en het vervroegde inschrijfmoment van 1 mei een extra druk komen te liggen op het maken van een goede studiekeuze? Er is nu ook een selectieprocedure op hogescholen waarin je moet ‘solliciteren’ voor een opleiding. Ik kan me voorstellen dat jongeren daardoor een extra druk ervaren om ‘goed’ te kiezen. Is dat ook jouw ervaring?

Karin: Dat is ook mijn ervaring ja. Het feit dat die selectiecriteria zijn aangescherpt en het keuzemoment naar voren wordt gehaald, is het voor studenten lastiger geworden om daar aan te voldoen. Eigenlijk begint het erop te lijken dat jongeren moeten solliciteren naar een opleidingsplek. Terwijl je in de leeftijdscategorie 17/18/19 eigenlijk helemaal niet aan toe bent. Je zou gewoon graag de studie van je keuze willen doen maar goed kiezen is belangrijk maar ook nog een voldoen aan de eisen van de opleiding. Dat is best een grote extra druk. Dat doet ment om die uitval te minimaliseren en dat betekent ook dat je aan de voorkant van het proces, een studiekeuze maken, dat je daar ook iets moet veranderen. Dat is meer keuzeles krijgen, zelf wijs worden over wie je bent en hoe je kiest. En dat zou je eigenlijk op de middelbare school of het voorgezet onderwijs willen hebben en als je het daar niet krijgt, moet je dat zelf doen of met behulp van studiekeuzebegeleiders. Er wordt veel van je gevraagd tijdens je studiekeuze.

Tom: Hoe kan je je goed voorbereiden op zo’n selectie?

Karin: Je gaat eigenlijk een soort CV, een curriculum vitae, maken. Je gaat daar inschrijven wie je bent en wat je hebt gedaan en alle interessante dingen die je in je leven al hebt gedaan. Aanvoerder van het hockey team tot en met keeper van de voetbal en alles wat daartussen zit zoals vrijwilligerswerk. Behalve als je er niet over kunt praten, dan moet je het er niet opzetten. Je dwingt jezelf om over jezelf na te denken en over die dingen te kunnen praten. Op die manier ben je wat beter bestand tegen de selecties. Ik kom toch nog vaak tegen dat jongeren geen goed antwoord hebben. Bewustwording is echt belangrijk en duidelijk aangeven wat je allemaal hebt gedaan en waarom je gemotiveerd bent natuurlijk.

Tom: Wat is de meeste voorkomende fout van jongeren die een studie kiezen?

Karin: Dat ze te laat beginnen met het keuzeproces en dat ze niet goed genoeg hebben nagedacht over: “wie ben ik nou eigenlijk?”. Als je denkt: “ik moet in september beginnen en ik schrijf me ergens in de zomer wel in.” dan kies je wat er nog over is of wat je op dat moment het leukste lijkt of je kiest wat mensen denken dat voor jou een geschikte studie zou zijn en dat zijn allemaal geen bewuste en overdachte keuzes. Daar kom je dan in oktober, als je gaat starten met je studie, al snel achter. Dan ben je al gestart en dan vindt je het toch niet leuk. Dat gebeurt. Dat is een groot probleem.
Tom: Oké. Begin op tijd. Veel jongeren bezoeken een open dag om zich te oriënteren op een studie. Als je een open dag of meeloopdag bezoekt, waar moet je dan op letten?

Karin: Bij de open dag is het eigelijk best wel een feestje op de scholen en universiteiten. Dan maken ze er een leuke dag van. Dan is het toch een beetje leuker dan dat het in de realiteit is maar dat geeft niet. Je kunt de sfeer proeven, je kunt goed rondkijken en je kunt in gesprek raken met studenten die hun studiekeuze al gemaakt hebben en waarom ze die keuzes gemaakt hebben. Je leert een heleboel zien, voelen en je kan waardevolle informatie ophalen. Dat is een open dag. De meeloop dag is een stukje serieuzer. Op de meeloopdag heb je al besloten dat je je wilt verdiepen in een bepaalde studie. Je gaat dan met studenten meelopen en kom je ook wat dieper in de kennis over die studie. Je gaat een college volgen en je kunt met studenten praten over de inhoud van hun vakgebied en dat maakt het erg interessant. Een grote tegenvaller bij open dagen, heb ik vaak gehoord, is dat de voorlichting op een open dag gegeven wordt door niet zo’n sprankelend type. Dat ze dan zeggen: “Ja, die studie is niks, het was zo saai”. Dat is toch een beetje een instinker. Want je moet niet alleen kijken wie daar een presentatie geeft maar vooral naar de inhoud ervan.

Tom: Kan je iets uitleggen over jouw studiekeuzebegleiding als jongeren bij jou komen en studiekeuzebegleiding willen inschakelen?

Karin: Ik start mijn studiekeuzebegleiding altijd met een intake gesprek. Ik leer dan de jongeren kennen en ik vertel kort iets over mezelf. Dat is best wel een belangrijke start, kennis maken. Dan gebruik ik wat testen en wat onderzoekjes en een aantal gesprekken. Het zal je niet verbazen dat mijn eerste studiekeuze test een persoonlijkheidstest is die aangeeft hoe iemand in elkaar zit en waartoe hij/zij gemotiveerd wordt. Dat vind ik een belangrijk uitgangspunt. Dat is de kapstok om de interesse testen, onderzoeken en gesprekken aan op te hangen. Ik maak dat persoonlijkheidsprofiel heel herkenbaar door door te vragen naar de dagelijkse praktijk. Vervolgens linken we de persoonlijkheid aan de interesses die ingevuld zijn, studie interesses, beroepen interesses, en komt er een redelijk beeld uit. Er valt dan een heleboel af en er komt een heleboel bij. Dat heleboel bij dat moeten we zo goed mogelijk zien te sluizen naar twee, drie of vier studies of studie richtingen. Het is ontzettend belangrijk dat we sluizen en de focus houden op wie ben ik? en wat past bij mij? ook al lijken een heleboel dingen ook interessant.

Tom: Jij besteedt ook aandacht aan de randvoorwaarden van een studiekeuze. Kan je daar iets over uitleggen?

Karin: Dat is inderdaad waar. De randvoorwaarden vind ik minstens zo belangrijk. Bij mij krijgen jongeren een advies over de studie en daarna over de randvoorwaarden. In die randvoorwaarden past bijvoorbeeld: is een grote of een kleine universiteit of hogeschool geschikt voor mij? heb ik wat meer begeleiding nodig in de opstap? Wil ik wel/niet op kamers? En kan ik dat al aan? Dat soort dingen vind ik ook erg belangrijk. Sommige universiteiten hebben ook een specifieke signatuur. Wagingen bijvoorbeeld kennen we als een belangrijke universiteit voor leefomgeving en milieu en ook daar kan je communicatie en economie studeren maar dan altijd met de signatuur van Wageningen. Dus als je denkt “ik vind Wageningen wel leuk maar ik houd niet van die signatuur” dan ga je daar niet communicatie of economie studeren. Dat is ook een belangrijke randvoorwaarde. Dat je kijkt naar het type hogeschool of universiteit. En de afstand natuurlijk.

Tom: Als jongeren nog niet toe zijn aan begeleidingstraject welke tip zou je geven voor jongeren die nu vastlopen in hun studiekeuze die ze vandaag nog kunnen doen?

Karin: Ga bewust op zoek naar de juiste studiekeuze. Ga bewust met jezelf afspreken dat je dat wilt gaan uitzoeken en neem vooral de tijd ervoor en neem geen overhaaste beslissingen. Daar bedoel ik mee dat als je denkt: “Ik zorg dat ik snel een antwoord heb en dat ik snel nog ergens kan instromen op een studie” dan ga je te snel. Overhaaste beslissingen zijn foute beslissingen, dat durf ik wel te stellen. Dus, tijd nemen en bewust kiezen.

Tom: Als jongeren met jou in contact willen komen, hoe kunnen ze jou dan bereiken?

Karin:
Via mijn website of via e-mail: info@bitecoaching.nl.

Tom: We zijn aan het einde gekomen van het gesprek, bedankt voor je tijd!

Karin: Ik wens iedere jongere een hoop succes!

Extra verdieping

 

Samen met Thomas education heeft SKN besloten tot  een extra aanbod in de beursperiode.

Naast de beursaanbieding kun je je verder verdiepen in ‘wie ben je nu echt én welke studierichting past bij mij?’

  • Studie Profiel Analyse + Studiekeuze richtlijnen voor €40,= ex btw
    Naast de Student Profiel Analyse, die ingaat op wat jou motiveert, krijg je dan ook  een advies over de studierichtingen die bij je passen.
  • Studie Profiel Analyse + Studiekeuze richtlijnen + Studiekeuze coachsessie voor €165,= ex BTW:
    Wil je optimale ondersteuning in jouw keuzeproces? Kies dan voor de extra coachsessie door een van onze coaches op basis van jouw SPA en SKR, voor €165,= ex BTW.

Voor meer informatie over dit aanbod zie: WIE BEN JE ECHT

 

 

Bij Studiekeuze Nederland kun jij ook terecht voor een op maat gemaakte aanpak die op jou persoonlijk is afgestemd. Studiekeuze Nederland is een onafhankelijke vereniging van 25 verschillende professionele coaches verspreid over Nederland. Bij al deze coaches kun jij terecht voor ondersteuning bij jouw studiekeuze. Elke coach werkt op een eigen unieke wijze en zoekt aansluiting bij jou. Kies iemand uit jouw regio voor een praktische aanpak.

 

 

 

Beursaanbieding van Thomas Education en StudieKeuze Nederland

Voor de Onderwijsbeurs Zuid ,  30 september en 1 oktober 2016, beursgebouw Eindhoven, hebben Thomas Education en StudieKeuze Nederland, een speciale beursaanbieding:

Leer jezelf beter kennen met de Student Profiel Analyse (SPA), ontdek  jouw persoonlijke gedragsprofiel en wat jou motiveert.
BEURSAANBIEDING: SPA €30,-  exclusief BTW. Stuur een mail o.v.v. Onderwijsbeurs Zuid naar
education@thomasint.nl

Doe je dit voor 28 september dan kunnen de resultaten tijdens een speedcoaching gesprek worden meegenomen.
Het is  van belang dat je dit vooraf bij aanmelding op de beurs aangeeft.
Neem contact op met een coach van StudieKeuze Nederland voor uitgebreide studiekeuze begeleiding of het volgen van een traject:
info@studiekeuzenederland.nl- www.studiekeuzenederland.nl

Schermafbeelding 2015-09-21 om 09.54.22

HOE MAAK JE DE JUISTE STUDIEKEUZE

StudieKeuze Nederland op Onderwijsbeurs Zuid 30/9 & 1/10

BEPAAL JE TOEKOMST OP DE ONDERWIJSBEURS ZUID!
30 SEPTEMBER EN 1 OKTOBER 2016
BEURSGEBOUW EINDHOVEN

Op de Onderwijsbeurs Zuid vind je ruim 100 (onderwijs)instellingen uit binnen en buitenland die je kunnen informeren over de opleidingen die ze aanbieden. Maar dat niet alleen, je kan ook informatiesessies volgen over studeren en studiekeuze in het algemeen en je kan je aanmelden voor een persoonlijk 15 minutengesprek.

In dit “speedcoach” gesprek wordt je verder geholpen in je studiekeuzeproces op basis van jouw algemene en specifieke vragen.

De coaches van StudieKeuze Nederland voeren deze “speedcoach”gesprekken. Voor deze gesprekken is ieder jaar heel veel belangstelling en zo helpen wij zeker meer dan 200 leerlingen  weer een stap verder.

Een inspirerende beurs!

Video

 

 

 

Tussenjaar besteden aan?

Geweldige inspirerende bijeenkomst over de mogelijkheden van een tussenjaar en wat daar bij komt kijken.

Mijn conclusie, ook nu weer: Voorbereiding is alles, en het liefst ook nog op tijd.

 

Als studiekeuzecoaches zijn wij voor een tijdige oriëntatie van wat je na je studie gaat doen. Dit alles met plezier in het verkennen en in eerste instantie alle mogelijkheden open. Enige hulp in een vroeg stadium (voor de eindexamenklas) zodat je gerichter open dagen en meeloopdagen kan bezoeken is vaak een uitkomst. Zo maak je een weloverwogen keuze en ben je op tijd voor de selecties en de inschrijvingen. Dit geld voor MBO, HBO. WO en masters.

Wat geld voor je studiekeuze geld ook voor je tussenjaar. Een goede voorbereiding is een voorwaarde voor een keuze die aansluit bij wat je echt wil en kan.

Natuurlijk is een tussenjaar een goede optie om te groeien in kennis en levenservaring.

showcase-horizon

Maar mocht je echt naar het buitenland gaan of gaan werken dan is het wel van belang dat je je al oriënteert op het jaar daarna en dat, indien mogelijk, dat jaar ook al ondersteunend is voor de weg die je denkt daarna in te slaan.

Nog een waarschuwing voor diegene die denken de studiekeuze een jaartje uit te kunnen stellen, de eerste deadlines voor de selectiestudies zijn al in het najaar. Wil je studeren in het buitenland dan moet je soms nog vroeger zijn. Helaas, het is niet anders.

Wil je je bezinnen op studiekeuze of tussenjaar, wij helpen je graag.

https://www.nvs-nvl.nl/nieuws/691-nvs-nvl-pleit-op-radio-en-tv-voor-goede-invulling-van-tussenjaar

http://www.americangap.org/images/AGA%20Gap%20Year%20Brochure.pdf